Overgave is een wekelijkse fictieve verhalenreeks. Personages en gebeurtenissen zijn verzonnen.
Hoofdstuk 4: Het huisje aan het meer
De twee weken tussen de ochtend met de koffie en het moment waarop ze daadwerkelijk haar koffer op bed legde, waren voller geweest dan Iris had verwacht van een periode die ze zichzelf had voorgehouden als "gewoon wachten". Luca was drie keer blijven slapen, een keer met een tandenborstel die hij expres had achtergelaten "voor het geval", iets wat ze allebei hadden genegeerd als het grote gebaar dat het eigenlijk was. Ze hadden samen gekookt op een dinsdag, ruzie gehad over of ananas op pizza een misdaad was of gewoon een kwestie van smaak, en die ruzie was geëindigd met hem die haar tegen het aanrecht drukte en zei dat hij bereid was elk standpunt in te nemen zolang ze hem maar bleef aankijken zoals ze op dat moment deed.
Ze had gemerkt dat ze anders naar zichzelf begon te kijken. Niet dramatisch anders, niet het soort verandering waar een vriendin verbaasd naar zou vragen, maar iets kleiners en fundamentelers: ze had zichzelf op een woensdagavond, alleen thuis, betrapt op het opzoeken van iets waar ze normaal met een boog omheen liep, uit gewoonte meer dan uit schaamte. Bij Mark was seks iets geworden dat ze deden, op de automatische piloot van een lang bestaand ritme, zelden iets waar ze actief over nadacht buiten de slaapkamer. Met Luca voelde het anders: iets waar ze nieuwsgierig naar mocht zijn, waar ze plannen voor mocht maken, zonder dat het meteen een verklaring hoefde in te houden.
Ze had er drie avonden over gedaan om de website daadwerkelijk te openen, en toen ze dat uiteindelijk deed, voelde het minder als een grote stap dan ze had verwacht, meer als het soort besluit dat je pas als groot ervaart voordat je het neemt en daarna gewoon logisch lijkt. Ze had door de categorieën gescrold met een mix van nieuwsgierigheid en een licht schuldgevoel dat ze zichzelf verbood, tot ze bij een rabbit vibrator uitkwam die er minder intimiderend uitzag dan ze had gevreesd, met een beschrijving die haar meer aan het lachen maakte dan opwond — "voor wie houdt van twee dingen tegelijk" — en die lach had de doorslag gegeven. Ze bestelde hem op een donderdag, liet hem bezorgen op haar werkadres omdat ze niet wilde riskeren dat een pakketje thuis bleef staan tot Luca langskwam, en voelde zich de hele dag daarna alsof ze een geheim bij zich droeg dat niemand op kantoor kon zien maar dat toch ergens onder haar huid gloeide.
De koffer
Vrijdagavond, met haar koffer open op bed en een lijstje in haar hoofd dat ze nooit had opgeschreven, pakte ze zoals ze alles deed wanneer het ertoe deed: met meer zorg dan nodig was. Twee jurken, een voor overdag en een voor het geval ze ergens zouden eten waar het uitmaakte. Een badpak, omdat hij iets had gezegd over een steiger aan het meer. Een boek dat ze waarschijnlijk niet zou uitlezen maar dat haar toch geruststelde om mee te nemen, uit gewoonte van een tijd waarin een boek altijd haar excuus was geweest om zich ergens niet bij aangesproken te voelen.
En op de bodem, onder een extra trui die ze eigenlijk niet nodig had, gewikkeld in een washandje alsof dat de inhoud minder zichtbaar maakte voor wie er toch niet in zou kijken, de doos die ze drie dagen eerder had ontvangen en die ze sindsdien twee keer had opengemaakt om te kijken of hij er nog was, alsof hij anders zou verdwijnen.
Ze had er met Sanne over geappt, in een moment van moed dat ze achteraf niet helemaal kon verklaren.
Iris: Ik heb iets besteld om mee te nemen dit weekend. Iets voor... nou ja. Voor ons.
Sanne: EINDELIJK. Wacht. Wat voor iets. Ik moet details, ik ben je beste vriendin, dat is letterlijk in het contract opgenomen.
Iris: Ik ga je niet vertellen wat het precies is. Maar ik ben best zenuwachtig om het te laten zien.
Sanne: Waarom zenuwachtig? Die man kijkt naar je alsof je de zon bent. Ik denk niet dat er iets is wat hij niet fijn zou vinden als jij het fijn vindt.
Iris: Dat weet ik rationeel ook wel. Het is meer... ik heb dit soort dingen nooit gedaan met iemand. Mark en ik hadden het daar nooit over.
Sanne: Mark en jij hadden het nergens over, dat was het hele probleem. Luca is niet Mark. Vertel het hem gewoon zoals je het mij net vertelde. Eerlijk en een beetje zenuwachtig. Dat is geen zwakte, dat is gewoon jezelf zijn met iemand die het verdient om jou te zien.
Ze had het bericht drie keer herlezen voor ze haar telefoon wegleide, en het gevoel dat overbleef was niet langer alleen zenuwachtigheid maar iets dat er dichtbij lag zonder hetzelfde te zijn: verwachting, van het soort waarvan ze bijna vergeten was dat het bestond.
De rit naar het meer
Luca had erop gestaan te rijden, in een busje dat eigenlijk van de bouwplaats was en waarvan hij met een grijns had gezegd dat "niemand het zal missen voor een weekend", en de twee uur naar het meer voelden korter dan ze waren, gevuld met muziek die ze om de beurt kozen en steeds slechter werd naarmate ze elkaar probeerden te overtreffen met de gênantste liedjes uit hun tienerjaren, en stiltes die niet gevuld hoefden te worden omdat het uitzicht buiten al genoeg zei: velden die overgingen in bos, en uiteindelijk een glinstering tussen de bomen door die het meer aankondigde voor ze het echt konden zien.
Het huisje was kleiner dan ze had verwacht en precies daardoor mooier: hout dat grijs was geworden door jaren van weer, een veranda die over het water uitstak, en binnen een enkele ruimte die keuken, woonkamer en slaapkamer combineerde met een houtkachel in het midden alsof die het hart van het huis was.
"Het is niet veel," zei Luca, terwijl hij hun tassen op de grond zette en om zich heen keek met de blik van iemand die het al honderd keer had gezien en er toch elke keer weer van onder de indruk was. "Maar 's avonds, met de kachel aan en het meer stil, is het het beste plekje dat ik ken."
"Het is perfect," zei ze, en meende het, terwijl ze naar het raam liep dat uitkeek over het water, de zon die al laag hing en het oppervlak in koper veranderde. "Hoe heb je dit gevonden?"
"Mijn opdrachtgever kent de eigenaar. Ik mag er blijven zolang het project loopt, in ruil voor wat klein onderhoud." Hij kwam naast haar staan, zijn hand die losjes op haar heup landde, een gebaar dat inmiddels zo vertrouwd voelde dat ze zich er nauwelijks meer bewust van was, behalve dat ze het miste op de momenten dat het er niet was. "Ik moet morgen en overmorgen overdag op de bouwplaats zijn, hier tien minuten verderop. Ik hoop dat je het niet erg vindt om jezelf bezig te houden."
"Ik heb een boek meegenomen dat ik toch niet ga uitlezen en een badpak. Ik red me wel."
"Dat," zei hij, terwijl hij zich naar haar toe draaide, "is precies het soort zelfvertrouwen waar ik verliefd op word."
Het woord bleef even tussen hen hangen, groter dan hij misschien had bedoeld, en ze zag iets over zijn gezicht trekken dat het midden hield tussen schrik en vastberadenheid, alsof hij het had willen intrekken en zich toen bedacht dat hij het meende.
"Ik zei het niet om je te overvallen," zei hij zacht.
"Dat weet ik," zei ze, en voelde haar eigen hart iets sneller kloppen dan normaal. "Ik ben niet overvallen. Ik ben..." Ze zocht naar het woord, vond het niet meteen, en zei toen gewoon de waarheid. "Ik denk dat ik hetzelfde voel. Ik was het alleen nog niet van plan hardop te zeggen."
Hij glimlachte, iets onbewaakts in de manier waarop zijn schouders leken te zakken, alsof hij een gewicht had gedragen zonder het te beseffen. "Dan zeggen we het geen van beiden nog hardop, tot een van ons dat wel doet. Geen druk."
"Geen druk," beaamde ze, en kuste hem, kort maar met iets erin dat langer duurde dan de kus zelf.
Een dag voor zichzelf
De volgende ochtend vertrok Luca vroeg, met een afscheidskus die te lang duurde voor iemand die eigenlijk op tijd moest zijn en een belofte dat hij rond vijf uur terug zou zijn. Iris bracht de dag door zoals ze zich had voorgesteld: ze zwom in het meer tot haar vingers rimpelden, las veertig bladzijden van haar boek op de veranda voor haar aandacht afdwaalde naar het water, en appte lui met Luca tussen zijn overleggen door, korte berichten die niets bijzonders zeiden en toch precies goed voelden.
Luca: De aannemer heeft weer de verkeerde tegels besteld. Ik begin te denken dat dit een persoonlijke vendetta is.
Iris: Misschien is het een teken. Het universum wil dat je een carrièreswitch maakt naar tegelconsulent.
Luca: Ik zou er goed in zijn. Ik weet inmiddels precies welk grijs geen lichtgrijs is.
Tegen de middag, terwijl ze op een handdoek op de steiger lag en naar de wolken keek die langzaam samentrokken boven de heuvels aan de overkant, voelde ze een steek van iets dat ze niet meteen herkende, tot ze besefte dat het simpelweg gemis was — niet acuut, niet dramatisch, gewoon de zachte constatering dat de dag mooier zou zijn met hem erbij, en dat ze dat gevoel niet meer wegduwde zoals ze bij Mark soms had gedaan uit angst dat het te veel zou vragen.
Ze dacht aan de koffer, aan wat erin zat, en voelde de zenuwen weer opkomen, ditmaal vermengd met iets warmers, iets dat dichter bij verlangen lag dan bij angst. Ze had het grootste deel van de middag besteed aan het herformuleren van zinnen in haar hoofd, manieren om het onderwerp aan te snijden die niet klonken als een aankondiging of, erger, als een test. Uiteindelijk gaf ze het op om het perfect te plannen. Sanne had gelijk gehad: eerlijk en een beetje zenuwachtig was genoeg.
Het onweer
De wolken die ze 's middags nog onschuldig had gevonden, hadden zich tegen vijven samengepakt tot iets dreigenders, en toen Luca het huisje binnenkwam, drijfnat ondanks de korte sprint van de auto naar de deur, kondigde de eerste donderslag zich al aan in de verte.
"De bouwplaats stond blank voor ik wegging," zei hij, terwijl hij zijn kletsnatte shirt uittrok en het over een stoel bij de kachel hing. "Ik denk dat we vanavond hier vastzitten."
"Vreselijk vooruitzicht," zei ze droog, terwijl haar blik langer op hem bleef rusten dan ze had gepland.
Hij grijnsde, alsof hij precies wist waar haar gedachten heen gingen, en stak de houtkachel aan terwijl de regen tegen de ramen begon te slaan met een intensiteit die het huisje kleiner en warmer tegelijk deed voelen. Een half uur later viel het licht uit, met een korte flikkering en toen niets, en Luca's vloek werd gevolgd door gelach toen hij struikelde over zijn eigen schoenen op zoek naar de kaarsen die de eigenaar blijkbaar precies voor dit soort avonden in een lade had gelegd.
Ze aten bij kaarslicht, pasta die Luca had klaargemaakt met wat er in de kleine keuken voorhanden was, terwijl de storm buiten aanzwol en het huisje af en toe zachtjes leek te kraken onder de wind. Het gesprek dwaalde af naar plekken waar geen van beiden eerder was geweest maar wel ooit heen wilde, naar zijn moeder die elke zondag belde en zich al drie keer had laten ontvallen dat ze hem "eindelijk gelukkig" vond klinken, naar Iris' vader die al jaren opperde dat ze haar oude schrijfdroom zou moeten oppakken en die ze eindelijk, voorzichtig, weer serieus begon te overwegen.
"Ik heb vanmiddag echt geschreven," bekende ze, verrast door hoe makkelijk de woorden kwamen. "Niet veel. Een bladzijde, misschien. Maar het was de eerste keer in jaren dat het niet aanvoelde als falen voor ik was begonnen."
"Mag ik het lezen? Ooit, niet per se nu."
"Ooit," zei ze. "Als het iets wordt."
"Het is al iets," zei hij. "Een bladzijde is meer dan de lege pagina die ik jarenlang had."
Ze keek naar hem over het kaarslicht, naar de manier waarop de vlam schaduwen over zijn gezicht wierp die zijn trekken zachter maakten en tegelijk intenser, en voelde het moment naderen zonder dat ze het probeerde te forceren. Het was gewoon daar, groeiend uit het gesprek, uit de storm, uit de manier waarop hij naar haar keek alsof er niets buiten dit huisje bestond dat zijn aandacht kon opeisen.
Wat er in de koffer zat
"Ik moet je iets laten zien," zei ze, toen de borden leeg waren en de regen was overgegaan in een gestage tik tegen het dak in plaats van de eerdere woede. Haar hart klopte sneller dan de zin rechtvaardigde. "En ik wil dat je weet dat ik zenuwachtig ben om het te zeggen, dus als ik het raar formuleer, heb geduld."
Luca's gezicht veranderde meteen, alle luchtigheid die aandacht maakte voor wat komen ging. "Ik luister. Geen oordeel, wat het ook is."
Ze stond op, liep naar haar koffer bij het voeteneind van het bed, en haalde de doos eronder vandaan, de washandje eromheen die ze nu bijna belachelijk vond, en liep terug om naast hem te gaan zitten op de rand van het bed, het kaarslicht dat flakkerde met elke ademtocht.
"Ik heb dit besteld," zei ze, terwijl ze de doos in zijn handen legde. "Een paar dagen geleden. Ik dacht... ik weet niet precies wat ik dacht. Ik wilde iets meenemen dit weekend dat liet zien dat ik dit serieus neem. Ons. En dat ik nieuwsgierig ben, naar wat we samen kunnen ontdekken, niet omdat er iets ontbreekt maar omdat ik het leuk vind om dingen met jou te proberen die ik nog nooit met iemand heb geprobeerd."
Hij maakte de doos open, langzaam, en toen hij de rabbit vibrator zag liggen, keek hij niet verrast op de manier die ze had gevreesd, meer nieuwsgierig, oprecht geïnteresseerd, zijn duim die licht over de rand van de doos streek voor hij weer naar haar opkeek.
"Dit," zei hij, "is het dapperste én het meest opwindende wat iemand ooit voor mij heeft meegenomen op een weekendje weg."
Ze lachte, de spanning die brak in iets lichters, maar zijn gezicht werd meteen weer serieuzer, zijn hand die naar de hare zocht. "Ik meen het. Dank je dat je dit met me deelt. Ik wil heel graag dat we het proberen, als jij dat ook wilt, en ik wil dat we onderweg blijven praten, zodat ik precies weet wat goed voelt en wat niet."
"Dat wil ik ook," zei ze, haar stem vaster nu de moeilijkste zin al was uitgesproken. "Ik weet niet precies wat ik ervan verwacht. Ik heb het nooit eerder gebruikt, ook niet alleen. Ik wist gewoon dat ik het met jou wilde ontdekken in plaats van in mijn eentje."
"Dan ontdekken we het samen," zei hij, zijn voorhoofd tegen het hare, zijn stem zacht in het geluid van de regen. "Stap voor stap. En als iets niet goed voelt, zeg je het, en dan stoppen we of doen we iets anders. Geen vragen, geen teleurstelling. Afgesproken?"
"Afgesproken."
Hij zette de doos op het nachtkastje, nog dicht, geen haast in het gebaar, en trok haar in plaats daarvan eerst dichter naar zich toe, zijn handen die haar gezicht vonden zoals altijd, alsof hij eerst wilde bevestigen wat er altijd al tussen hen bestond voor ze verder gingen naar iets nieuws. De kus die volgde was langzamer dan gewoonlijk, doordrenkt van iets dat zwaarder woog dan verlangen alleen: vertrouwen, misschien, of het soort veiligheid die maakt dat nieuwsgierigheid geen angst meer hoeft te zijn.
Het kaarslicht wierp lange schaduwen tegen de houten wanden terwijl de regen zachter werd tegen het dak, en tussen fluisterde vragen door — is dit goed, wil je dat ik doorga, voelt dit fijn — vond de avond een ritme dat geen van beiden had voorbereid en dat toch precies goed leek te passen bij alles wat ze al hadden opgebouwd. Er was lachen, op een gegeven moment, toen iets niet meteen lukte zoals gepland en Luca met een grijns zei dat "de gebruiksaanwijzing er duidelijk niet bij zat", en dat lachen loste iedere laatste spanning op die er nog over was, maakte plaats voor iets dat speelser was dan Iris had verwacht, opwindender juist omdat het niet perfect hoefde te zijn.
Later, met de kachel die nog nagloeide en de storm die buiten uitregende tot een rustig geruis, lag ze tegen zijn borst met een gevoel dat ze niet meteen kon plaatsen, tot ze het benoemde in haar hoofd: opluchting, vermengd met iets dat dicht bij trots aanvoelde. Ze had iets van zichzelf laten zien waar ze zich eerder voor zou hebben geschaamd, en in plaats van afstand had het hen dichter bij elkaar gebracht dan ze had durven hopen.
"Bedankt," zei Luca zacht, zijn vingers die trage patronen op haar schouder tekenden, "dat je me vertrouwde met dat stukje van jezelf."
"Bedankt dat je het zo makkelijk maakte om het te laten zien," zei ze, en voelde de waarheid van die woorden dieper zitten dan ze had verwacht.
Na de storm
Ze werd wakker van zonlicht dat door een kier in de gordijnen viel, feller dan de avond ervoor had beloofd, en het duurde een moment voor ze zich herinnerde waar ze was: het huisje, het meer, de geur van gedoofde kaarsen die nog zwak in de lucht hing. Luca lag nog te slapen naast haar, een arm losjes over haar middel, en ze bleef even stil liggen, gewoon kijkend naar de manier waarop het licht over zijn gezicht bewoog, voor ze de verleiding niet langer kon weerstaan en haar vingers zachtjes door zijn haar liet gaan.
Hij werd langzaam wakker, zijn ogen die knipperend open gingen en meteen een glimlach vonden toen ze op haar landden. "Goedemorgen," zei hij, zijn stem nog schor van de slaap. "De storm is voorbij, zie ik."
"Helemaal voorbij," zei ze. "Al denk ik dat ik gisteravond nog wel wat naschokken heb gevoeld."
Hij lachte, een geluid dat door de kleine ruimte resoneerde, en trok haar dichter tegen zich aan. "Ik ben bereid vaker onweer te bestellen als dit het resultaat is."
"Ik denk dat we het ook zonder onweer wel hadden gered," zei ze, terwijl ze haar hoofd tegen zijn schouder legde en naar het meer keek buiten het raam, kalm nu, spiegelglad in het ochtendlicht alsof de storm van de vorige avond nooit had plaatsgevonden. "Maar het hielp wel om alles net iets urgenter te laten voelen."
"Urgent op de goede manier," zei hij, en kuste haar haar. "Wat wil je vandaag? We hebben nog een hele dag voor ik terug moet naar de bouwplaats."
"Zwemmen," zei ze. "En dan misschien nog een keer uitproberen of we die gebruiksaanwijzing toch kunnen vinden."
Hij grijnsde tegen haar haar, zijn arm die steviger om haar heen trok. "Ik denk dat we het gisteravond anders prima deden zonder."
Ze bleven nog lang zo liggen, pratend over niets en alles, de zon die hoger klom boven het meer en het huisje vulde met een warmte die niets meer met de houtkachel te maken had, en Iris besefte, ergens tussen een grap en een kus in, dat ze voor het eerst in maanden — misschien wel jaren — geen enkel deel van zichzelf verborgen hield voor de persoon naast haar. Geen koffer met geheimen meer. Alleen zij, volledig, en hij die daar precies om leek te houden.
Volgende week: hoofdstuk 5, waarin Luca's beste vriend eindelijk in beeld komt, en een avond die als grap begint eindigt met een vraag die Iris niet had zien aankomen.

