Overgave — Hoofdstuk 3: Verder dan het toetje

Overgave — Hoofdstuk 3: Verder dan het toetje

Overgave is een wekelijkse fictieve verhalenreeks. Personages en gebeurtenissen zijn verzonnen.

Hoofdstuk 3: Verder dan het toetje

De dagen na het dakterras voelden anders dan Iris gewend was van een pril begin. Er was geen stilte die te lang duurde, geen berichten die ze drie keer herlas op zoek naar een dubbele bodem. Luca appte 's ochtends een foto van de zonsopgang boven het IJ, zonder tekst, alsof het beeld genoeg zei. Hij appte 's avonds laat, na een dag op de bouwplaats, met een klacht over een aannemer die de verkeerde tegels had besteld, en ze merkte dat ze net zo graag zijn frustraties wilde horen als zijn complimenten.

Luca: Ik heb vandaag twintig minuten staan uitleggen waarom grijs niet hetzelfde is als lichtgrijs. Ik ben moe op een manier die niks met mijn lichaam te maken heeft.

Iris: Dat klinkt als het soort moe waar alleen een goed verhaal tegen helpt. Vertel.

Ze merkte dat ze zichzelf vaker betrapte op glimlachen naar haar telefoon, midden op kantoor, tot haar collega Fem op een middag naast haar bureau kwam staan met twee koppen koffie en simpelweg zei: "Oké, wie is hij."

Iris had het geprobeerd te ontkennen, maar Fem kende die glimlach inmiddels beter dan Iris zelf, en uiteindelijk had ze toegegeven, met rode wangen en een verhaal dat langer duurde dan de koffie warm bleef.

Sanne had het nieuws sneller opgepikt, deels omdat Iris het haar had verteld op de avond van het feestje zelf, ergens tussen twee glazen wijn in, en deels omdat Sanne de enige mens op aarde was die exact wist wanneer Iris iets voor zichzelf hield en wanneer ze gewoon nog woorden zocht.

Sanne: Ik wil hem zien. Niet via Instagram, niet via een foto die je met tegenzin doorstuurt. Ik wil hem live zien, met mijn eigen ogen, terwijl ik een glas wijn vasthoud en oordeel.

Iris: Dat is letterlijk de meest bedreigende zin die je ooit tegen me hebt getypt.

Sanne: Ik ben je beste vriendin. Oordelen is mijn liefdestaal. Donderdag. Dat tentje bij de Utrechtsestraat waar ze die belachelijk goede gnocchi hebben. Ik reserveer.

Iris had er langer over nagedacht dan ze wilde toegeven voor ze het aan Luca voorstelde, niet omdat ze twijfelde of hij het aan zou kunnen — iets in haar wist allang dat hij precies het soort mens was dat een kruisverhoor van een beste vriendin met humor zou doorstaan — maar omdat het voelde als een stap die iets bevestigde. Je nam iemand niet mee naar Sanne tenzij het ergens naartoe ging.

Iris: Mijn beste vriendin wil je ontmoeten. Ik moet je waarschuwen: ze stelt vragen alsof ze bij de recherche werkt en ze heeft geen enkele moeite met stiltes die ongemakkelijk aanvoelen voor de ander.

Luca: Dat klinkt als iemand die om je geeft. Ik ben blij te gaan. Moet ik iets voorbereiden? Een cv, referenties, een goede grap over mezelf voor als het misgaat?

Iris: Gewoon jezelf is genoeg. Ze prikt toch overal doorheen als je iets speelt.

Luca: Dan heb ik geluk. Mezelf is het enige personage waar ik goed in ben.

De gnocchi-rechtbank

Sanne zat al aan een tafeltje bij het raam toen ze aankwamen, een glas witte wijn half leeg voor zich, haar jas nog om haar schouders alsof ze op het punt stond weer te vertrekken als de avond haar niet zou bevallen. Ze stond op zodra ze hen zag, en Iris zag haar blik razendsnel over Luca heengaan, van zijn schoenen tot zijn glimlach, een inspectie die minder dan twee seconden duurde maar waarvan Iris wist dat hij grondig was geweest.

"Jij bent dus Luca," zei Sanne, terwijl ze haar hand uitstak, geen omhelzing, nog niet, dat moest verdiend worden. "Ik heb veel over je gehoord. Niet allemaal van Iris, voor de goede orde. Een deel komt van de manier waarop ze naar haar telefoon staart sinds vorige week."

"Dat is geruststellend," zei Luca, terwijl hij haar hand schudde met een stevigheid die Iris meteen herkende als oprecht. "Ik was al bang dat ik iets moest verzinnen om indruk te maken. Nu hoef ik alleen mezelf te zijn en dan verlies ik hooguit."

Sanne trok een wenkbrauw op, een gebaar dat Iris kende als het begin van goedkeuring, hoewel niemand die niet jarenlang met haar bevriend was dat verschil kon zien. "Ga zitten. Ik heb gnocchi besteld voor de tafel, want de kok hier maakt ze op een manier die bijna een religieuze ervaring is, en ik duld geen discussie daarover."

De avond ontvouwde zich langzamer dan Iris had verwacht, minder als een verhoor en meer als een gesprek waarin Sanne haar vragen strategisch tussen de happen door liet vallen, nooit opdringerig genoeg om ongemakkelijk te worden, maar precies genoeg om iets te weten te komen. Ze vroeg naar zijn werk, en luisterde echt naar het antwoord in plaats van beleefd te knikken. Ze vroeg naar zijn familie, en Luca vertelde over een vader die meubelmaker was geweest en een moeder die nog steeds elke zondag belde om te vragen of hij at.

"En je vorige relaties," zei Sanne op een gegeven moment, met de nonchalance van iemand die een vraag over het weer stelt. "Wat ging daar mis?"

Iris voelde de neiging om in te grijpen, om de vraag te verzachten of af te leiden, maar Luca leek er niet van te schrikken.

"De laatste, drie jaar geleden, ging mis omdat ik te veel bezig was met wat ik dacht dat een relatie hoorde te zijn en te weinig met wat wij daadwerkelijk waren," zei hij, zijn stem rustig, zonder verdediging. "Ik heb daarna best lang alleen gezeten. Niet uit verdriet, meer omdat ik wilde uitzoeken wat ik zelf wilde voordat ik dat weer aan iemand anders ging opdringen."

"Dat is een verrassend eerlijk antwoord voor een eerste kruisverhoor," zei Sanne, en Iris zag iets in haar ogen verzachten dat ze niet vaak zag bij nieuwe mensen.

"Ik heb geen zin om leugentjes te vertellen die toch een keer uitkomen," zei Luca. "Dan kan ik nu net zo goed eerlijk zijn en zien wat er overblijft."

Sanne keek even naar Iris, een blik die maar een fractie van een seconde duurde maar die alles zei wat ze nog niet hardop had uitgesproken, en toen weer naar Luca. "Oké. Nog één vraag en dan mag je verder eten. Wat vind je van Iris' gewoonte om elk boek dat ze leest binnen een week te vergeten dat ze het gelezen heeft, behalve de titel, die ze wel onthoudt maar de inhoud compleet kwijt is?"

"Dat wist ik nog niet," zei Luca, grijnzend, "maar ik vind het nu al het beste feitje dat ik deze week heb gehoord."

"Ze doet dat al sinds de universiteit," zei Sanne. "Ik heb haar ooit haar eigen scriptie horen samenvatten alsof ze het voor het eerst hoorde."

"Dat gebeurde één keer," zei Iris, "en ik was doodmoe."

"Twee keer," zei Sanne, zonder op te kijken van haar gnocchi, "maar wie telt er nog."

Tegen de tijd dat de tiramisu kwam, die ze met zijn drieën deelden ondanks Sannes eerdere protest dat delen een vorm van verlies was, voelde het gesprek niet langer als een test maar als iets wat gewoon was ontstaan tussen drie mensen die elkaar mochten. Sanne vertelde over haar eigen ramp van een eerste date afgelopen maand, een verhaal dat Luca met oprechte verbazing volgde, en op een gegeven moment lachte Iris zo hard om een van Sannes imitaties dat ze bijna haar wijn omstootte.

Toen ze afrekenden, drong Sanne erop aan zelf te betalen, "als welkomstcadeau, niet als bestraffing," en terwijl ze buiten afscheid namen, trok ze Iris even apart terwijl Luca nog iets met de ober regelde over de rest van de fles wijn die hij mee wilde nemen.

"En?" fluisterde Iris, met een spanning in haar stem die ze niet helemaal kon verbergen.

"Hij is echt," zei Sanne, zonder de gebruikelijke ironie waarmee ze de meeste dingen zei. "Ik zag hoe hij naar je keek toen jij aan het lachen was om je eigen grap en niemand anders lachte nog. De meeste mensen kijken dan naar de rest van de tafel om te zien of het wel grappig was. Hij keek alleen naar jou."

"Sanne."

"Ik meen het. Hou hem vast." Ze omhelsde Iris kort maar stevig. "En bel me morgen. Alles."

De lange weg naar huis

Ze hadden geen van beiden zin om meteen afscheid te nemen, dus liepen ze zonder het echt af te spreken de lange weg terug, langs de Amstel waar het water het licht van de lantaarns in trage, brekende lijnen weerkaatste, hun handen die ergens onderweg in elkaar waren gevlochten zonder dat een van hen er iets over had gezegd.

"Ik geloof dat ik geslaagd ben," zei Luca, met iets van opluchting in zijn stem die hij tijdens het etentje goed verborgen had weten te houden.

"Met glans," zei Iris. "Ze noemde je 'echt'. Dat is bij Sanne het equivalent van een staande ovatie."

"Ik was best zenuwachtig," gaf hij toe. "Meer dan voor onze date, eigenlijk."

"Dat verbaast me. Jij leek de hele avond zo op je gemak."

"Dat is een vaardigheid, geen gevoel," zei hij, en er klonk iets zelfspottends in zijn stem. "Ik wilde heel graag dat ze me mocht, omdat ik weet hoeveel ze voor je betekent. Als zij me niet had gemogen, had ik daar 's nachts wakker van gelegen, wetend dat het iets was wat tussen ons in zou blijven staan, ook al zou jij het nooit hardop zeggen."

Ze bleef even stilstaan, midden op de brug, de stad om hen heen die zachtjes zoemde met het geluid van verre gesprekken en een enkele fiets die voorbijreed. "Wie ben jij," zei ze, half lachend, half serieus, "dat je zoiets gewoon hardop zegt alsof het niets is?"

"Iemand die geleerd heeft dat het niet zeggen meer kapotmaakt dan het wel zeggen," zei hij, en trok haar dichter naar zich toe, zijn handen die om haar middel gleden op een manier die vroeg in plaats van eiste.

Ze kuste hem daar op de brug, zonder aanleiding, zonder aankondiging, gewoon omdat het gevoel te groot was om binnen te houden, en toen ze zich terugtrok zag ze hem glimlachen op een manier die ze nog niet eerder had gezien, iets onbewaakts, iets dat verried dat ook hij het gevoel liever niet meer wilde verbergen.

"Ik wil niet dat deze avond nu al eindigt," zei hij zacht, zijn voorhoofd tegen het hare. "Maar ik wil ook niet iets vragen waar jij nog niet klaar voor bent. Dus zeg het maar. Wat wil jij?"

Bij haar voordeur

Ze had het antwoord al weken geweten, misschien al sinds het balkon bij Sanne, maar hardop uitspreken voelde als iets anders dan het gewoon voelen. "Ik wil dat je meekomt," zei ze, haar stem vaster dan ze had verwacht. "Niet omdat de avond bijna om is en dit het logische vervolg lijkt. Omdat ik het wil. Jou."

"Zeker weten?" vroeg hij, zijn ogen die de hare zochten, geen spoor van aandringen erin, alleen oprechte aandacht voor het antwoord.

"Heel zeker."

Bij haar voordeur, terwijl ze naar haar sleutels zocht met vingers die iets minder vast waren dan normaal, voelde ze hem achter zich staan, dichtbij maar niet dringend, zijn adem die langs haar nek streek toen hij zich voorover boog om iets in haar oor te fluisteren.

"We kunnen ook gewoon binnen thee drinken en praten," zei hij, met een glimlach die ze kon horen zonder hem te zien. "Er is geen script vanavond ook."

Ze lachte, de spanning die even brak in iets lichters. "Dat weet ik. Daarom vertrouw ik het."

Binnen was het stil op een manier die anders aanvoelde dan anders, haar appartement dat ineens kleiner leek en tegelijk vol van iets dat er eerder niet was geweest. Ze zette geen licht aan behalve de kleine lamp bij het raam, wier gele gloed net genoeg was om de contouren van de kamer zichtbaar te maken zonder de intimiteit van het donker weg te nemen.

"Wil je echt thee?" vroeg ze, terwijl ze haar jas over een stoel hing, haar handen die een beetje trilden op een manier die ze probeerde te verbergen en die hij toch leek te zien.

"Ik wilde een excuus geven om binnen te komen zonder aan te nemen wat er daarna gebeurt," zei hij, terwijl hij een stap dichterbij kwam, zijn hand die voorzichtig langs haar arm streek. "Maar als ik heel eerlijk ben, denk ik niet dat een van ons vanavond nog aan thee denkt."

"Nee," zei ze zacht. "Ik denk het ook niet."

Hij bleef nog even stilstaan, zijn hand die haar wang vond, zijn duim die zacht over haar jukbeen streek zoals op het dakterras, maar met iets meer gewicht erin nu, iets dat de vraag onder de aanraking liet voelen voordat hij hem uitsprak. "Ik wil heel graag met je naar bed," zei hij, zijn stem laag en zonder haast. "Maar ik wil dat volledig helder is dat we allebei op elk moment kunnen zeggen dat we willen stoppen, of langzamer willen, of iets anders willen, en dat dat nooit een probleem is. Niet vanavond, niet ooit."

Er ging iets door haar heen bij het horen van die woorden, een soort opluchting die dieper ging dan ze had verwacht, het besef dat ze bij Mark nooit had hoeven vragen om dit soort duidelijkheid omdat ze het simpelweg nooit had gekregen, en dat de afwezigheid ervan haar nooit was opgevallen totdat iemand het wél gaf.

"Ik wil dit," zei ze, haar handen die naar zijn shirt gingen, niet gehaast maar zeker. "Ik wil jou. En ik beloof dat ik het zeg als er iets is."

"Dat is alles wat ik moet weten," zei hij, en kuste haar toen alsof de brug, het restaurant, de hele avond alleen maar een lange, langzame aanloop was geweest naar dit ene moment.

Wat er niet in woorden hoefde

Wat volgde had niets van de onhandigheid die Iris zich herinnerde van eerste keren met iemand nieuw, geen verkeerd geplaatste ellebogen of stiltes die vroegen om gevuld te worden met iets grappigs. Er was alleen aandacht, de manier waarop hij steeds even pauzeerde om haar gezicht te lezen, een hand die vroeg voordat hij verderging, een fluistering tegen haar huid die vroeg of dit goed voelde en die pas verderging nadat ze had geknikt, had gezegd, had laten voelen dat het antwoord ja was.

Ze had niet geweten dat ze ernaar verlangde tot ze het kreeg: iemand die niet aannam maar vroeg, die niet haastte maar wachtte, die evenveel plezier leek te scheppen in het ontdekken van wat zij wilde als in wat hij zelf wilde. Het licht van de lamp bij het raam wierp lange schaduwen over de muur, de stad buiten die zachtjes doorleefde, onwetend van wat er binnen die ene kamer gebeurde, en Iris verloor op een gegeven moment elk besef van tijd, alleen nog de warmte van zijn huid tegen de hare, zijn adem die versnelde tegen haar oor, haar eigen naam die hij fluisterde alsof het iets kostbaars was.

Later, toen ze naast elkaar lagen met de dekens half van het bed gegleden en hun ademhaling die langzaam tot rust kwam, legde hij zijn hand op haar borst, precies op de plek waar haar hart nog sneller klopte dan normaal, en glimlachte.

"Dat," zei hij, "was niet wat ik verwachtte toen ik vanavond een tafeltje reserveerde voor een gnocchi-rechtbank."

Ze lachte, haar hoofd tegen zijn schouder, haar vingers die lichtjes over zijn arm gingen. "Sanne zou het geweldig vinden om te weten dat haar kruisverhoor hierin eindigde."

"Laten we dat detail misschien nog even voor onszelf houden," zei hij, en ze voelde zijn lach trillen door zijn borst tegen haar wang.

Ze bleven nog lang wakker, pratend over kleine dingen en grote dingen door elkaar, zijn vingers die tekeningen maakten op haar rug zonder duidelijk patroon, haar hoofd dat steeds zwaarder werd tegen zijn schouder tot de woorden trager kwamen en de stiltes langer duurden, tot ze uiteindelijk in slaap viel met een gevoel dat ze bijna vergeten was hoe het heette: volledig, zonder voorbehoud, veilig.

Ergens midden in de nacht werd ze half wakker van zijn arm die zich steviger om haar heen vouwde, zijn stem schor van de slaap die iets mompelde dat klonk als haar naam, en ze viel weer in slaap met een glimlach die ze de volgende ochtend nog op haar gezicht zou vinden.

De ochtend erna

Ze werd wakker van de geur van koffie, wat haar even in verwarring bracht tot ze zich herinnerde waar ze was en met wie, en toen ze haar ogen opende zag ze Luca in de deuropening van haar keuken staan, alleen in zijn boxershort, twee dampende koppen in zijn handen en een blik op zijn gezicht die verried dat hij haar al een tijdje stond te bekijken voor ze wakker werd.

"Ik hoop dat het oké is dat ik je koffiezetapparaat heb gebruikt," zei hij. "Ik kon het niet laten. Bovendien wilde ik een reden hebben om nog niet weg te gaan."

"Je hoeft geen reden te verzinnen," zei ze, terwijl ze rechtop ging zitten, de deken om zich heen trekkend, een verlegenheid die haar verraste na de nacht die achter hen lag. "Blijf zo lang je wilt."

Hij kwam naast haar zitten, gaf haar de koffie, en voor een tijdje zeiden ze niets, gewoon bij elkaar in het ochtendlicht dat door de gordijnen sijpelde, haar hoofd tegen zijn schouder, zijn hand die rustig over haar arm streek.

"Ik moet je iets bekennen," zei hij uiteindelijk. "Ik ben over twee weken een weekend weg, voor werk, een project buiten de stad. Ik wilde het gisteren al zeggen maar ik was bang dat het de avond zou verpesten."

"Dat had het niet gedaan," zei ze, hoewel ze een kleine steek voelde bij het idee van een weekend zonder hem, een steek die haarzelf verraste met hoe echt hij aanvoelde na zo weinig tijd.

"Ik vroeg me af," zei hij voorzichtig, "of je zin zou hebben om mee te gaan. Het is geen romantische reis, ik zal grotendeels op de bouwplaats zijn, maar er is een klein huisje waar ik verblijf, aan een meer, en ik zou het heel fijn vinden als je erbij was voor de avonden."

Ze keek naar hem, naar de voorzichtige hoop die hij niet helemaal kon verbergen achter zijn nonchalante toon, en voelde iets in haar borst dat warmer aanvoelde dan de koffie in haar handen. "Ik wil heel graag mee," zei ze. "Op één voorwaarde."

"Zeg het maar."

"Jij regelt de gnocchi-rechtbank van je eigen vrienden zodra we terug zijn. Wat goed is voor de gans."

Hij lachte, een geluid dat door de hele kamer leek te resoneren, en trok haar dichter tegen zich aan. "Afgesproken. Al waarschuw ik je vast: mijn beste vriend is nog erger dan Sanne."

"Dat," zei ze, terwijl ze haar koffie neerzette om hem nog een keer te kussen, "kan ik hopelijk aan."

Volgende week: hoofdstuk 4, waarin Iris en Luca het weekend bij het meer doorbrengen, en een koffer die Iris met zorg inpakt een avond oplevert die geen van beiden had zien aankomen.